zondag 20 mei 2018

Luilekkerland

Ken je dat? Dat je 's ochtends wakker wordt en je ogen open doet zonder enige vrees of de zon wel zal schijnen vandaag? Of dat je uit het raam kijkt en nog net even een schildpad zijn koppie boven het water uit ziet steken? Of dat er iemand langs de deur komt om te vragen of je misschien een vers gevangen kreeft wil die hij dan 's avonds alvast gekookt bij je langs komt brengen?

Wij dus ook niet. Tot we Grenada verlieten en aankwamen in de Grenadines...




Lekker leven is de leus hier en vooral niet in een hoog tempo. Dus dat schrijven voor het blog verdween steeds meer naar de achtergrond. Oké, eens een fotootje op Instagram of Facebook, maar poeh poeh, dat is toch al weer een hele inspanning. Na er door 3 personen vriendelijk op gewezen te zijn dat het toch wel wat stil is op het blog, hier dan de belevenissen van Summerwind in het paradijs!

Met een tussenstop op Ronde Island omdat we echt niet meer in staat bleken om langer dan 3 uurtjes tegen stroom en wind op te boksen, belanden we na Grenada eerst op Carriacou. Officieel nog geen onderdeel van de Grenadines want het valt onder Grenada maar een kniesoor die daar op let. Dagen rijgen zich aaneen waarin we ons blijven verbazen over de kleur van het water als we daar met onze (nieuwe!!) bijboot doorheen planeren. Regelmatig even in je arm knijpen om te zien of je niet droomt. We doen een vergelijkend Pina Colada onderzoekje om te zien welk tentje de beste serveert. We doen een poging om naar het hoofddorp Hillsborough te wandelen maar zijn ontzettend opgelucht wanneer we opgepikt worden door de roti-bus. Dit is één van de reguliere taxibusjes die over het eiland rijden, alleen deze taxi-chauffeuse heeft ook nog een side-business - ze verkoopt haar zelfgemaakt roti's met conch (lambi), kip of vis. We zijn de enige passagiers en ze heeft een hoop vaste klanten op het eiland waar overal even getoeterd en gehandeld moet worden. De passagier is ook het knechtje van de chauffeuse en moet dus de onderhandelingen voeren en de koopwaar (en de inkomsten) afgeven..

Na Carriacou varen we in een uurtje of wat naar Union Island. De hoofdstad Clifton ligt spectaculair achter een rif en bij het binnenvaren worden we door de lokale verkopers in bootjes om de oren geslagen met aanbiedingen voor bananencake (10 euro!), verse vis, groente en fruit en ijs. Eerst maar eens een ankerplekje vinden voor Happy Island en ons melden bij de lokale autoriteiten. Het stadje zelf is kleurig en er is voor lokale begrippen veel te koop. We slaan er wat proviand in maar vertrekken de volgende ochtend vroeg toch naar de andere kant van het eiland. Zoveel reuring zijn we niet meer gewend!

In Chatham Bay dreigen we definitief ons kamp op te slaan. Je ligt er heerlijk rustig (op wat valwinden na), de schildpadden koetelen wat om de boot en het lukt ons zelfs om voor het eerst een stukje met ze mee te zwemmen, en de cocktailtjes op het strand zijn opperbest. De weerkaarten geven alleen maar harde noordoosten wind, dus waarom zouden we verder varen? We kopen eens een visje of een kreeftje, we bakken zo nu en dan een brood en vinden nog een flesje wijn onder de luiken. Het leven is goed op Union Island.

Maar uiteindelijk lukt het ons toch om ons anker weer op te trekken en verder te varen naar Mayreau, een piepklein eilandje en de laatste stop voor we de Tobago Keys zullen aandoen, het ware onderwaterparadijs. Op Mayreau doen we iedere dag een 'kuitenbijtertje' (volgens mij is het een 'billenliftertje') - de dagelijkse tocht naar de enige winkel die het dorp rijk is en die ongelukkigerwijs bovenaan een hele steile heuvel ligt. In de baai oefenen we onze onderhandelingsskills en scoren een mooie covali (een soort makreel) van Papasan de visser in ruil voor 5 ltr benzine. Casper vaart tweemaal per dag in de bijboot de oceaan op om te proberen om zelf ook zo'n vis te vangen (Papasan heeft hem de nodige tips gegeven), maar komt met lege handen (en soms een volle bijboot wanneer er een golf in is geslagen) weer terug. Maar weer een vegetarisch maal vanavond. We BBQ-en op het strand met de bemanning van de Mi Dushi en vieren moederdag met de dames van het local community center die een seafood buffet hebben georganiseerd.

En daarna is het op naar de Tobago Keys. Blauw in heel veel soorten. Ankeren achter een groot rif waar je de oceaan op uiteen ziet breken. Onder water struikel je over de schildpadden die zich niets aantrekken van die blije toeristen die 'Oh' en 'Ah' en 'Jeetje' zeggen en zich verbazen over het oeruiterlijk van deze dieren. Af en toe moeten ze naar boven om lucht te happen en dan kijken ze je aan zo van: "ga jij aan de kant of doe ik het?". Meestal zijn zij het niet. 't Zijn eigenlijk net grazende koeien maar toch vervelen ze nooit. Bij een ander eilandje zit een mooi rif en Henk en Angela (Midas en Midassa Dekker) van de Mi Dushi maken ons wegwijs in de flora en fauna van de onderwaterwereld. We begrepen de fanatieke speurtocht naar de Flying Gunard niet zo, tot we er één zijn vleugels zagen openen.

Die hebben we zelf natuurlijk niet zo mooi gefotografeerd..


En nu liggen we op Bequia (Bekwee), onze laatste stop op de Grenadines. Het is hier een komen en gaan van bootjes die langszij komen in de hoop je was te mogen doen, je croissants te verkopen of diesel of ijs aan de man te brengen. Wij doen overal aan mee want na 2 maanden kunnen onze lakens en handdoeken wel weer iets anders dan een handwasbeurt gebruiken, hebben we sinds Frankrijk geen croissant meer gegeten en ijs is welkom om onze pina colada's weer zelf te kunnen maken. We blijven hier nog een week of wat en zetten dan onze 4 daagse tocht naar Bonaire in. Daar gaan we waarschijnlijk een maand of 6 blijven om het orkaanseizoen uit te zitten, het nodige gezellige familie- en vriendenbezoek te ontvangen, we willen daar gaan duiken en misschien ook wel Spaans leren voor onze verdere tocht. Hoe die er uit gaat zien dat weten we nog niet. De Stille Oceaan roept niet meer zo hard als dat 'ie voor ons vertrek uit Nederland deed en we denken er over om in 2019 eerst maar eens richting Jamaica en Cuba te gaan. Eerst wordt het Bon Bini Bonaire!

Tropische doorkijkjes


Nationale drank, en errug sterk...84,5%


Ankerbaai van Clifton met linksboven Happy Island

Conch/lambi - ook lekker in de roti!

Chatham Bay...zullen we nog een nachtje blijven?

Een pina colada a day keeps the doctor away

En iedere dag een mooie zonsondergang

what the doctor orders...

Hij heeft het nog naar zijn zin hoor!




zondag 15 april 2018

"On-on!"

"Zullen we 'een potje met vet' nu al inzetten", vraagt Henk. We zijn dan net het terrein van Prickly Bay Marina afgehobbeld in een busje waar anderhalf keer zoveel mensen in zijn gepropt als dat er eigenlijk inpassen. Here we go! - samen met de bemanning van de Mi Dushi op weg naar onze eerste Hash!

Nee, natuurlijk geen groenbruine substantie om ons in hoger sferen te doen belanden. Maar een wekelijks wandel- of hardloopevent dat op Grenada (en vele andere plaatsen op de wereld) wordt georganiseerd voor:



Iedere zaterdagmiddag verzamelt zich op een paar dagen daarvoor aangewezen locatie (doorgaans een rumshop) een groep renners en wandelaars - een mix van locale bevolking, expats, studenten en wat zeilers. Jong en oud, dik en dun, alles doet mee. Na een korte instructie door de leider (de Hash Master) klinkt het "ON-ON" en gaat de groep van start. Zorg dat je geen nieuwe schoenen aan hebt naar een Hash, want de schoenenpolitie inspecteert en als je betrapt wordt, ga je pas van start als je een biertje uit je schoen hebt gedronken!

Nu is het zaak om de route te volgen. Deze wordt gemarkeerd door hoopjes versnipperd papier en gaat kris kras door de bush, door achtertuinen van lokale bewoners (die enthousiast uit het raam hangen om je al dan niet de goede kant op te sturen), langs geiten en koeien, door rivierbeddingen, heuvel op en heuvel af. Het is gelukkig slechts een graad of 30.

Splitsingen worden gemarkeerd met een cirkel van versnipperd papier. Hier moet je het zelf uitzoeken en een kant kiezen. Kom je verderop een kruis tegen, dan heb je verkeerd gekozen en moet je terug naar de splitsing. Ben je de weg kwijt of weet je niet meer of je op de goede weg zit, dan roep je "Are you?". Roept er iemand voor je "on-on" dan zit je op de goede weg, is de respons "on-back" dan kan je terug naar de laatste splitsing en bij "checking" of "lost" weet de ander het ook niet. Kinderen en dorpsbewoners geven ook gezellig antwoord.

Competitief gedrag, voordringen (FRB's - front running b*tches) en de weg afsnijden (SCB's - short cut b*tches) worden met grote minachting bekeken. We hebben weinig Duitse hashers gezien. Houd je het niet vol en ga je daarom eerder terug - geen enkel probleem, dat betekent alleen maar dat je eerder aan het bier kan dan de rest.

Na een uur tot anderhalf uur lopen kom je terug bij het startpunt waar de soca-muziek al flink hard uit de boxen komt schallen, de oil-down (een lokaal Grenadees gerecht) klaar en de biertjes koel staan. Dat is maar goed ook want we zijn 3 liter vocht verloren onderweg. Als nieuwelingen in het Hashing doorstaan wij het ontgroeningsritueel - het is vervelender voor onze busgenoten dat we van top tot teen naar verschaald bier ruiken... Het is al donker als we ons weer in het busje richting de ankerplaats proppen, maar gelukkig brengt een lokale rum-shack onderweg wat licht in de duisternis. De helft van de busbevolking stapt uit om de lokale rum te proberen en een gegrild kippetje te scoren die op straat gebbq-ed worden. Wij kunnen niet achterblijven. We blijven tenslotte runners with a drinking problem..euh...drinkers with a running problem.

De Harriers (mannelijke hashers) en Harriettes (vrouwelijke hashers) voor de start

en erna...
lil' kleine

Nieuwe schoenen...dom of juist niet?

on-on door het bos





dinsdag 27 maart 2018

Trinidad, Ya Man!


'Heeee Amsterdam, everything good?' Na weer een lange warme klusdag sjokken we richting de uitgang van de bootwerf waar we liggen. Het is Dopey van de race zeilboot naast ons die ergens tegen een muurtje hangt. Hij grijnst en 2 gouden tanden worden zichtbaar. De bijnaam laat zich wellicht raden? 'Ya man, everything is good man!' antwoorden we en moeten lachen.

Na 3 weken heerlijk genieten op Tobago van onwijs gezellig bezoek van Paulien en Ellen, plonzen vanaf de boot en mooie natuur, zijn we in Chaguaramas, Trinidad beland. Het klusmekka van de Carieb hebben we ons laten vertellen. Week 2 van ons groot onderhoudsproject is begonnen en na 2 weken Trinidad zijn we al behoorlijk ingeburgerd op de werf en in de Trini-lifestyle. Dat is op zich geen hele grote opgave, want net als haar kleine zusje Tobago kenmerkt Trinidad zich door enorm laidback, vriendelijke mensen, een overdaad aan heerlijk eten en een gemoedelijk tempo waarin het leven zich afspeelt. En hoewel we gewaarschuwd zijn dat Trinidad ook gevaarlijk is, merken wij daar weinig van. Het helpt misschien dat we overdag aan de boot klussen en 's avonds om 8u in ons bed liggen...

We hebben voor een paar weken een B&B genomen omdat aan boord slapen in de kluspuinhoop geen optie is. Laat staan dat ik 's nachts iedere keer via de ladder omlaag wil klauteren om naar het toiletgebouw te stommelen. Plassen op een emmer vertik ik. En zo komt het dat we een tijdje bij Robert logeren. Een ervaring die we niet hadden willen missen. Robert is 78 en woont samen met zijn schoonzus en een nicht in een wijk net buiten Port of Spain. Hij vindt het gezellig dat we er zijn en hij brengt ons 4x per week 's ochtends heel vroeg naar de hoofdweg waneer hij naar de ochtendmis gaat. We moeten dan wel eerst 6 bijbels aan de kant leggen die op zijn achterbank slingeren. We weten nog niet zeker of hij het kan waarderen dat we ook op zondag en met Pasen klussen...

Iedere dag staan we om 5u15 op zodat we als ware Trini's om 5u45 in de ochtendschemering de Trini-gebarentaal met de Maxi Taxi's kunnen uitoefenen. De Maxi Taxi's rijden vaste routes, kost een habbekrats en stoppen overal waar ze mensen kunnen oppikken. De chauffeur gebaart vanuit zijn raampje of hij rechtdoor gaat of na enige tijd zal afslaan en daaruit kunnen wij opmaken of het busje wel of niet in de goede richting gaat. Willen we mee, dan kopiëren we het gebaar van de chauffeur. De chauffeur bepaalt wat er (heel luid) op de radio speelt en in de ochtend is dit overwegend een kerkdienst. We halen heel wat gemiste preken in en kennen inmiddels de religieuze top-tien hits!!! Duurt het wachten ons te lang dan springen we in een personenauto die als gedeelde taxi dienst doet en die ons voor een paar T&T Dollars extra meeneemt.

Hoogtepunt van de dag is de lunch die we afwisselend halen bij de rotihut of Mama. Mama staat iedere dag langs één van de kraampjes langs de weg en ze komt tegen een uur of 11 aanrijden om de zelfgekookte gerechten uit haar auto te laden. Zo zien we de hele keuken van Trinidad langskomen: pelau, rijst en dahl (linzen), callaloo, cassave, macaroni pie, diverse stoofvleesgerechten.

Trinidad staat bekend om haar goede bootwerven en vaklui dus wij gaan op zoek naar een lasser die ons kan helpen om ons zwemplateau te verhogen, onze ankerbak te fiksen en een kraantje te maken voor onze buitenboordmotor. We horen dat Larry de beste lasser is, dus wij willen Larry. We leren al snel dat de Trini-werkwijze net wat afwijkt van de Nederlandse manier van werken. Het is geen uitzondering om even een jointje te roken tussen het lassen door en een biertje in plaats van koffie bij het ontbijt is ook normaal. We maken ons er niet druk om en accepteren dat dingen hier zo gaan. Uiteindelijk levert Larry mooi werk en daar gaat het om.

Op vrijdagavond gunnen we onszelf een verzetje en gaan we naar de jam-session waar Raga, een blanke rasta die een tijd in Nederland woonde, ons voor uitnodigde. Tussen een aantal boten op de werf worden een paar boxen neergezet en speelt een divers gezelschap op gitaar, trommels, dwarsfluit of tamboerijn. Iedereen heeft zijn eigen koelboxje met bier of rumpunch meegenomen. Een oudere dame die we halverwege de 70 schatten, danst samen met Dopey die ook een kijkje is komen nemen. Tegen een uur of 12 's nachts zoeken wij onze eigen boot op. 1 nachtje kamperen tussen de rommel was deze avond zeker waard!

In het weekend rijden we met Radbout, een medezeiler, naar Maracas, hét strand van Trinidad. Hier zien we waar Trinidad haar party-reputatie aan te danken heeft. Overal is muziek, overal is eten, overal leeft het! Families, vrienden, iedereen is er op uitgetrokken. Als je wil, word je zo opgenomen in het gebeuren.

Trinidad laat zich moeilijk in een paar woorden vatten...



Nog even genieten van een mooie zonsondergang voordat het klussen begint.


O nee, een gat in de boot slijpen!!


Gelukkig al weer dicht gelast. Zwemplateau verhoogd.


Relaxte werkomstandigheden voor 'Larry's boy' aka 'The Grinder'





zondag 18 maart 2018

Suriname in beweging

Inmiddels liggen we al bijna hoog en droog (op de kant) in Trinidad, maar hier zijn nog de beelden van Suriname. Top tijd gehad!


zaterdag 24 februari 2018

We 💗 Su!!

"O nee....", zegt Casper een beetje beteuterd. En dan nog een keer: "o neee". Ik kijk op van mijn telefoongesprek want meestal betekenen die "o nees" dat er iets overboord is gevallen en dat Cas geen zin heeft om er achteraan te springen. Dat is ook dit keer het geval. Bij het opruimen van ons bijbootje is onze laatste peddel in de Surinamerivier beland en die drijft nu in rap tempo met de stroom mee richting binnenland. Onze andere peddel zijn we op de Kaapverden al verloren en deze wil ik behouden dus ik gooi de telefoon aan de kant en spring achter de peddel aan de rivier in. Even niet nadenken over alle piranha's, slangen, kaaimannen en andere beesten die hier zwemmen....

De peddel heb ik vlot te pakken maar terug aan boord komen is een ander verhaal. De stroming is veel te hard om tegenin te zwemmen en de lijn die Cas nog probeert te gooien, redt het niet tot mij. Gelukkig komt Baywatch Kees 'Buchanan' van de White Mustang met zijn 2,5 pk aangekneurd en hij pikt de verzopen kat, met peddel, op. En daarmee komt er een einde aan onze avonturen in Suriname. Na 5 hele fijne weken is het tijd om afscheid te nemen van Domburg, medezeilers, vaste stamgasten van Harbour Resort Domburg en de heerlijke loempias van warung Mit Shiv. Tobago wacht op ons!

Suriname was een blank canvas voor ons toen we erheen voeren. We konden ons er eigenlijk geen goede voorstelling bij maken. Inmiddels zijn we een beetje verslingerd geraakt aan het land. De vriendelijkheid van haar inwoners. Het heerlijke eten. De onvoorstelbare hoeveelheid groen om je heen. Het is misschien geen land waar we zouden kunnen wonen, maar het voelt wel als een plek om terug te komen.

We varen een week op de Commewijne en Cotticarivier samen met de White Mustang en de Elisabeth en onze boot blijkt een ware trekpleister voor alles wat de jungle te bieden heeft. We krijgen een slang aan boord, een vogelspin, een piranha en een giftige kikker. De Freek Vonk boot worden we gedoopt.

We gaan naar Botopasi in het binnenland, alleen met een korjaal via de rivier bereikbaar. Daar bezoeken we het Saramaca museum dat ons veel leert over deze groep mensen die afstammen van de maroons, de slaven die destijds zíjn gevlucht van de plantages. We leren ook wat Saramacaans: ai = ja (wordt te pas en te onpas gebruikt), weki nooo = goedemorgen als groet, weki oooo = goedemorgen als antwoord

We stommelen de Brownsberg op in een 4x4 om daar de watervallen te bekijken.

En we brengen natuurlijk de nodige tijd door in Paramaribo om alle aanbevolen eettentjes uit te proberen, om lekker te slenteren op de Centrale Markt waar de koopvrouwen ons uitleggen hoe we tayerblad moeten klaarmaken en hoe je de bitterheid van antruwa af kunt krijgen.

Van de stamgasten in harbour resort Domburg leren we hoe dingen werken (of niet werken) in Suriname en er wordt gebarbequed en gekaraoked. Met de nodige schalen bitterballen er bij voelt het bijna als thuis.

Uiteindelijk begint het blauwe water van de Carieb nu toch te hard aan ons te trekken en we maken ons klaar voor vertrek. 450 mijlen noordwestwaarts, niets geen windje en golven in de rug maar weer ouderwets zeilen zoals de eerste weken van onze reis. We nemen afscheid van Suriname met een beetje pijn in ons hart. Ja ja.

Een slang?? No spang...

Een Wanhattiaan


Voor 30 cent met de zo'n bus!!



Knooppunt Atjoni

Uitzicht bij Botopasi (stuurboord)

Uitzicht bij Botopasi (bakboord)

Kanonskogelboom

Lokale kreek op de Cotticarivier


Luie zweet er uit wandelen

Kleurrijke Samaracaanse dames

Houten kont

Op bijboot-excursie in de Koopmanskreek
Zij aan zij ankeren

donderdag 25 januari 2018

Onze bubbel

“Ja, kijk daar, een vrachtschip!” Zelden hebben we met zoveel plezier zitten staren naar één van de zeereuzen die honderden containers vervoeren. We zwaaien enthousiast. Geen idee of dat wordt opgemerkt, laat staan of er wordt terug gezwaaid. Na bijna 13 dagen één van de eerste tekenen of menselijke aanwezigheid. Langzaam wordt onze oceaanbubbel doorgeprikt.

Na bijna 2 weken op zee zijn we toe aan de aankomst. De 1 verlangt wanhopig naar een douche, de ander naar een goede wandeling of andere mogelijkheid tot lichamelijke activiteit, weer een ander heeft zin in een goed stuk vlees of aan een goede opruimbeurt aan boord. Waar we allemaal naar verlangen is een boot die niet 24 uur per dag als een dobber op en neer beweegt.

Op 2 januari varen we weg uit Mindelo en worden onze additionele crewmembers ruw in het diepe gegooid. Flinke golven met dito wind. De eerste 48 uur zijn echt afzien. Ze vragen zich regelmatig af: waar ben ik aan begonnen en hoe ga ik dit in hemelsnaam 2 weken volhouden??!!

Alles aan boord, bemanning inclusief, wordt ruw heen en weer geschud. Toch proberen we een soort ritme en routine aan boord te vinden. Julien bakt brood voor de lunch, Vincent is chef vislijn, Casper doet 1001 dingen en Floor houdt zich bezig met weer en blog. Tussendoor probeert iedereen zoveel mogelijk slaap te pakken.

In de eerste 48 uur trekken we vis naar binnen. Eerst een mahimahi en daarna een kanjer waarvan we nog steeds niet weten wat het is. Wie het weet mag het zeggen? Daarna worden al onze lures afgebeten. Hoewel we geen niet-vliegende vis meer zien, moeten ze er dus wel zitten. We zien een groepje grinden (kleine zwarte walvissen) bij de boot en later nog een paar keer dolfijnen.

Iedere avond om 19u30 UTC hebben we radionetje maar hoe verder we geraken hoe lastiger het is om de anderen te ontvangen. Onze bubbel wordt steeds kleiner en steviger.

Dagen vullen zich met klusjes – de boot houdt er geen rekening mee dat klussen nu even heel oncomfortabel is en tijdens een oceaanoversteek gaan er dus ook dingen stuk. Er komt zout water binnen in de achterhut… Het valt mee, dit wordt veroorzaakt door de emmers zout water die we over ons heen gooien bij wijze van douche. Via de bakskist sijpelt dit door in de achterhut. Dan staat er water in motorruimte. Dit probleem wordt ook opgelost. Het water dat af en toe de kuip in komt, vindt zijn weg naar beneden via de noodroerinrichting. Wordt ook afgedicht. Dan doet de SSB radio het niet meer lekker – we kunnen wel ontvangen maar niet zenden. Het blijkt dat de aansluiting van de tuner is gecorrodeerd. Draadjes opkalefateren en we zijn weer in de lucht.

’s Nachts of ’s middags liggend in je bed merk je dat zo’n trip op zee wat met je doet. Droomloos slapen doet bijna niemand meer en wanneer je wakker ligt is er alle rust en ruimte om na te denken over wat de toekomst eventueel kan brengen. Geen dagelijkse rompslomp als boodschappen om je mee bezig te houden.

We kijken urenlang naar de verschillende kleuren van de oceaan en de snelheid waarmee de golven zich op- en afbouwen, naar de wolkenpartijen in de lucht, naar de sterrenhemel wanneer die zich laat zien, naar de kleine vogeltjes die als zwaluwtjes over het wateroppervlak scheren, naar de zwermen vliegende vissen die uit het water opstijgen, de een meer succesvol en gracieus dan de ander.

Na 13 en een half etmaal zijn we echt blij wanneer we het anker kunnen laten vallen bij Iles du Salut in Frans Guyana. 48 uur bijkomen voordat we ons aan het laatste stuk van de oversteek wagen, nog 200 mijl tot aan Domburg, Suriname. Even de benen strekken, aapjes kijken, zwemmen, een biertje drinken en een nacht onafgebroken slapen.

Het laatste stuk naar Suriname is als varen op het IJsselmeer. Geen golven, groenbruin water, 4 meter diep. En de motor aan…geen zuchtje wind meer te bekennen voor een groot deel van de tocht. Tegen de ochtend komen we aan bij de monding van de Surinamerivier. We kijken onze ogen uit naar de vissersbootjes, de kleurige huizen op de kant en de rode en groene boeien. Het is ondiep hier dus het is goed uitkijken dat je binnen de vaargeul blijft. ’s Middags tegen borreltijd zijn we er! We zien de groep zeilers die ons zijn voorgegaan al liggen in de verte, geankerd bij Domburg. Het is leuk om boten terug te zien waarvan we dachten dat we die niet meer tegen zouden komen en om boten te ontmoeten die we tot nog toe alleen maar van verhalen kenden.


Het havenresort bij Domburg is een waar paradijsje om bij te komen. Vlak water. ’s Ochtends in de kuip bij een opkomend zonnetje luisteren we naar de brulapen aan de ene kant van de oever en de hanen en andere vogels op de andere oever. In de bar op de kant vertellen we sterke verhalen over onze overtocht aan de overige zeilers. Eindelijk weer eens langer onder een (koude) douche! Hier willen we wel even ons kamp opslaan voor een tijdje en bedenken hoe we de komende paar maanden tot aan het orkaanseizoen willen inrichten.


Laatste boodschappen doen
Klaar voor vertrek!

Zeilen op standje oceaan oversteken

Pret op het voordek



 

Ter voorkoming van scheurbuik


Wat hebben we nou gevangen???

Afzien tijdens de nachtdienst

Klussen gaat altijd door. Ook midden op de oceaan.

Iedere dag vers gebakken brood

Heel even niets



Iles du Salut

Eindelijk weer de benen strekken

Magisch doorkijkje


Aapjes kijken

Iles du Salut - een prachtige landingsplek

Waterkant in Domburg, Suriname - de beloning!